Curaçao (Curaçao)

Curaçao

Curaçao is het grootste eiland van de Nederlandse Antillen, het middelste van de Benedenwindse Eilanden. Het heeft een oppervlakte van 472 km2, met 152.000 inwoners. Het ligt op 60 kilometer van het Zuid-Amerikaanse vasteland in het zuidelijke deel van de Caribische Zee. Ten zuidoosten van Curaçao ligt Klein-Curaçao, een klein onbewoond eilandje.

Curaçao is ongeveer 100 miljoen jaar geleden onder de zee ontstaan. De oudste rotsformaties bestaan voor het grootste deel uit vulkanische gesteenten. Deze oude gesteenten werden 60 miljoen jaar geleden boven zeeniveau getild en daarna omgeven door koraalkalksteen.

Het landschap is voornamelijk vlak met hier en daar wat heuvels, met name in het noordwesten. Het hoogste punt op Curaçao is de St.-Christoffelberg (372 m). De noordkust is steil en rotsachtig, en daardoor voor de scheepvaart niet toegankelijk. De zuidkust kenmerkt zich door veel baaien en ondiepe inhammen. De belangrijkste binnenbaai is het Schottegat. Er zijn geen permanente riviertjes, maar beddingen die zich alleen vullen als het heel hard heeft geregend. Aan de zuidwestkust komen veel kleine koraalzandstrandjes voor. Curaçao heeft geen kilometerslange witte zandstranden.


Geschiedenis

De allereerste bewoners van het eiland waren de Arawak-indianen. Zesduizend jaar geleden kwamen de Arawaks naar Curaçao en de andere Benedenwindse eilanden toe als onderdeel van de eeuwenlange trek Noordwaarts, tot aan Canada toe. De indianen die op Curaçao bleven, werden de Caiquetos genoemd, één van de mogelijke manieren waarop het eiland aan zijn naam kwam.

Gedurende zijn aan het eind van de 15de eeuw, bracht Christopher Columbus het Caraïbische Zeegebied in kaart en kwam de ontdekking pas goed op gang. De Spaanse ontdekkingsreizigers Alonso de Ojeda, zette in 1499 koers naar Zuid Amerika, samen met de Italiaan Amerigo Vespucci, wiens naam vereeuwigd is in de continenten Noor- en Zuid Amerika. Zij brachten een groot gedeelte van de noordelijke- en oostelijke kust van Zuid Amerika in kaart. Er bestaat een legende dat Vespucci een deel van zijn bemanning op Curaçao achterliet omdat ze aan scheurbuik leden.

Toen Vespucci op de terugweg langs Curaçao voer, vond hij de matrozen spring levend, genezen doordat ze zich te goed hadden gedaan aan de overvloed aan vers fruit op het eiland. En zo werd een andere verhaal geboren over waar de naam Curaçao vandaan komt. Cura betekent "genezing" in het Portugees.

Op het eiland, met zijn diepe haven en een goed te verdedigen kust, bouwde de West Indische Compagnie grote forten en Curaçao werd een uitstekende basis voor een grote handelspost. Het was de slavenhandel die Curaçao belangrijk maakte, als tussenhaven tussen het Spaanse vasteland en de andere Nederlandse eilanden en Afrika.

Gedurende de slaventijd ontstond het Papiamento, de "mengtaal" die is samengesteld is uit Portugees, Nederlands en inheemse talen. De taal diende als voornaamste vorm van communicatie tussen slaven en slavenhouders. Tegenwoordig wordt Papiamento gesproken op alle Nederlandse Antillen.

Cultuur

Dat de 130.000 bewoners de naam van hun eiland spellen als Kursow, een Papiaments woord, geeft aan dat er sprake is van een sterke culturele identiteit. Curaçao mag dan deel uitmaken van de Nederlandse Antillen en verder sterke banden met Nederland, het eiland valt op door de sterke Afrikaanse invloed op zijn cultuur. Willemstad is een echte stad en niet slechts een toeristische bestemming.

"Tambu", een eeuwenoude traditie van muziek en dans, werd meegenomen door slaven uit Afrika. Deze traditionele, ritmische muziek is door de eeuwen heen, van generatie op generatie doorgegeven. Hierbij staat de drum centraal. De eerste instrumenten werden gemaakt van (delen van) landbouwinstrumenten. Later werden vaten en blikken met geitenvellen omspannen om drums te maken. Tegenwoordig wordt Tambu veel gespeeld op festivals en tijdens het Carnaval. Op het jaarlijkse Tambu Festival komen muzikanten van het hele eiland bij elkaar en strijden zij om hun eigen liedje verkozen te krijgen voor de "Road March", de grote optocht tijdens het Carnaval.

Klimaat

Het eiland heeft een semi-aride (=droog en dor) tropisch klimaat dat wordt gematigd door de noordoostpassaat die aangenaam verkoelend werkt. Dit betekent veel zon en weinig regen. De gemiddelde jaartemperatuur is 27,5°C en het verschil tussen zomer en winter is maar 2,5 graden. Ook het verschil tussen dag en nacht is maar klein, namelijk 5,6 graden. De zeewatertemperatuur is erg warm met gemiddeld 26,8°C. Gemiddeld valt er tussen de 50 en 75 cm regen per jaar. Het regent meestal 's morgens in de vorm van korte hevige buien die verspreid over het eiland vallen. De meeste regen valt in de maanden oktober, november en december. De warmste maanden zijn augustus, september en oktober. De "koelste" (29°C !) maanden zijn januari en februari.