Duitsland (Duitsland)

Duitsland
Duitsland, officieel de Bondsrepubliek Duitsland, is een Midden-Europese staat die wordt gevormd door een federatie van 16 deelstaten.
Duitsland ligt in Centraal-Europa en grenst in het noorden aan de Oostzee, de Noordzee en Denemarken, in het oosten aan Tsjechië en Polen en in het zuiden aan Oostenrijk en Zwitserland en in het westen aan Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, België en Nederland.

Geschiedenis
De Bondsrepubliek Duitsland heeft met 82.400.996 (2007) inwoners na Rusland de grootste bevolking van alle Europese landen. Zij is een belangrijk lid van de Europese Unie en van de economische, politieke en militaire organisaties in Europa.
Na de Frans-Duitse oorlog van 1870/1871 slaagde de Pruisische kanselier Otto von Bismarck erin de los van elkaar staande staten en koninkrijken van de Noord-Duitse Bond, Beieren, Württemberg, Baden en Hessen-Darmstadt achter zich te verenigen. Op 18 januari 1871 werd in de Spiegelzaal van het Kasteel van Versailles het Duitse Keizerrijk geproclameerd met Wilhelm I als eerste keizer. Het Keizerrijk was een vorstenbond onder Pruisische leiding, waarbij de afzonderlijke staten op cultureel en bestuurlijk gebied een grote mate van soevereiniteit genoten.
Op het einde van de 19e, begin 20e eeuw laaiden de internationale spanningen zeer hoog op. De industriële revolutie, kolonialisme en nationalisme kenden hun hoogtijdagen, wat uiteindelijk resulteerde in de Eerste Wereldoorlog. Nadat het Duitse Rijk in 1918 gecapituleerd had, werd het gedwongen tot afstand van een aantal gebieden en tot zware herstelbetalingen. De zwakke structuur van de toen opgerichte Weimarrepubliek, de zware lasten die het land opgelegd waren, de sociale onrust en de economische crisis maakten de weg vrij voor de overname van het land door de nationaalsocialisten onder leiding van de Oostenrijker Hitler.
De door het Duitse Rijk begonnen Tweede Wereldoorlog leidde in 1945 tot de bezetting van het land door de geallieerde Russische, Britse, Amerikaanse en Franse strijdkrachten. De gebieden ten oosten van de rivieren Oder en Neisse werden aan Polen en de Sovjet-Unie toegewezen.
In 1949 werden in de geallieerde bezettingszones twee Duitse staten opgericht: de Bondsrepubliek Duitsland (BRD), die de Britse, Amerikaanse en Franse zone omvatte (West-Duitsland) en de Duitse Democratische Republiek (DDR) in het door de Sovjet-Unie bezette deel (Oost-Duitsland).
De Bondsrepubliek Duitsland werd gevormd naar het democratische en economische model van het westen; de regeringszetel, tevens hoofdstad van de Bondsrepubliek Duitsland, was Bonn, terwijl Oost-Berlijn hoofdstad van de DDR was. De DDR sloot zich, ideologisch, economisch en militair gezien aan bij het socialistische/communistische Oostblok, onder leiding van de Sovjet-Unie. Het werd de meest westelijke staat achter het IJzeren Gordijn.
De Berlijnse Muur scheidde vanaf 13 augustus 1961 Berlijn in oost en west en werd symbool voor de verdeelde natie. De val van het communistische blok en het einde van de Koude Oorlog betekenden ook de val van de Muur, de opening van de grenzen tussen de twee Duitslanden en uiteindelijk de hereniging op 3 oktober 1990.
De regeringszetel stond van 1949 tot 1999 in Bonn, terwijl Berlijn de hoofdstad van het herenigde Bondsrepubliek Duitsland is. Het heeft de Bondsrepubliek Duitsland veel moeite gekost de twee helften ook in maatschappelijk en economisch opzicht te verenigen. Nog altijd maakt het voormalige DDR in economisch opzicht een minder florissante ontwikkeling door dan het voormalige West-Duitsland.
Per januari 2002 is Bondsrepubliek Duitsland met elf andere Europese landen binnen de Europese Unie overgegaan op de euro als nationale munteenheid. De oude munteenheid is de Duitse Mark (DEM).

Politiek systeem
Duitsland is sinds 1949 een democratisch-parlementaire bondsstaat. De grondwet werd afgekondigd op 23 mei 1949. De grondwet kan door een tweederde meerderheid in bondsdag en bondsraad gewijzigd worden. De laatste wijziging dateert van 2006. Enkele artikelen, waarin de basisprincipes van de grondwet zoals de federale structuur van de staat, de democratische, sociale en rechtsprincipes van de staat, en de onschendbaarheid van de menselijke waarde van het individu, zijn van iedere wijziging uitgesloten.
Duitsland is opgedeeld in 16 deelstaten (Bundesländer) (sinds 1990, daarvoor 10 Länder plus West-Berlijn). De hoogste staatsmacht ligt bij de bondsstaat ("Bundesrecht bricht Landesrecht"), maar de deelstaten hebben een verregaande eigen staatsmacht en bevoegdheden. Buitenlandse betrekkingen en verdediging zijn exclusieve bevoegdheden van de federatie.

Duitsland kent algemeen stemrecht (sinds 1918) vanaf 18 jaar (gedeeltelijk vanaf 16 jaar voor communale of regionale verkiezingen), en heeft een tweekamersysteem. De bondsdag bestaat uit minstens 598 leden, en wordt principieel alle vier jaar in rechtstreekse verkiezingen verkozen. Het kiessysteem voor de Bondsdag combineert kenmerken van een meerderheids- en een districtenstelsel. Bij de verkiezingen is er een kiesdrempel van vijf procent.
De bondsraad telt 69 leden, die de vertegenwoordigers van de deelstaatregeringen (en dus niet van de deelstaatbevolking) zijn. Elk land heeft, afhankelijk van de grootte van zijn bevolking, 3 tot 6 stemmen, die echter 'in blok' uitgeoefend moeten worden. Federale wetten die ingrijpen in thema's die tot de bevoegdheid van de deelstaten behoren, of waarvan de uitvoering aan de deelstaten opgedragen wordt, moeten door de bondsraad goedgekeurd worden.
De deelstaten hebben een eigen grondwet, regering en parlement. De deelstaatparlementen worden in vier deelstaten om de vier jaar, in de andere twaalf om de vijf jaar verkozen volgens het meerderheidsprincipe.
Het staatshoofd, de bondspresident, met voornamelijk representatieve rol wordt om de vijf jaar door de bondsvergadering verkozen. Hij kan één keer herverkozen worden.
De bondskanselier is het hoofd van de regering, en hij bepaalt de richtlijnen van de politiek. De kanselier wordt door de Bondsdag, op voorstel van de president, verkozen. Hij wordt, net als zijn ministers, door de president benoemd.


Economie van Duitsland
Duitsland bezit de technologisch op twee na sterkste economie van de wereld, na de VS en Japan, maar structurele markteisen, waaronder de substantiële brutokosten voor het in dienst nemen van nieuwe werknemers, hebben werkloosheid tot een langdurig, persistent probleem gemaakt. De vergrijzende bevolking en de hoge werkloosheid bemoeilijken het op peil houden van de wettelijke sociale zekerheid: de lasten voor werkenden zijn onevenredig hoog geworden. De modernisering en integratie van de Oost-Duitse economie blijft een kostbaar langetermijnprobleem: jaarlijks wordt voor zo'n 70 miljard dollar aan financiële steun van het westen naar het oosten gesluisd. De economische groei, in 2000 nog 3%, was in 2004 gedaald tot 1,5%. De regering van Gerhard Schröder ondervond grote weerstand bij het doorvoeren van structurele hervormingen op het gebied van belastingen en sociale voorzieningen. Bedrijfsherstructureringen en groeiende kapitaalmarkten moeten een antwoord zijn van Duitse economie op de uitdagingen van de Europese economische integratie en globalisering in het algemeen.