Italië (Italië)

Italië
Italie is een schiereiland in de vorm van een laars. Naast het vasteland heeft het land nog een aantal eilanden. Hiervan zijn Sicilië en Sardinië de grootste. De grootste afstand van noord naar zuid is ruim 1.200 km. De grootste breedte van het land - in het noorden - is ruim 600 km. Door de grote lengte heeft Italië een enorm lange kustlijn: zo'n 7.500 km. In het noordwesten grenst het aan Frankrijk, in het noorden aan Zwitserland en Oostenrijk en in het noordoosten aan Slovenië. Aan de zeezijde wordt het omsloten door de Middellandse, de Ligurische, de Tyrrheense, de Ionische en de Adriatische Zee. Grote delen van het land zijn bergachtig. In het noorden zijn de belangrijkste bergketens de Alpen en de Dolomieten. De Apennijnen lopen in noord-zuidrichting over een groot deel van het schiereiland. Binnen de grenzen van Italië bevinden zich twee autonome ministaatjes: San Marino en Vaticaanstad, respectievelijk met een oppervlakte van 61 en 5,7 km2.
Het klimaat is gevarieerd. Het Alpengebied en de hoger gelegen delen van de Apennijnen hebben een landklimaat met strenge winters en vaak droge zomers. In de Povlakte is het klimaat gematigd met regelmatig neerslag. De noordelijke kustgebieden en Midden-Italië hebben een subtropisch Middellandse Zeeklimaat met zachte en regenachtige winters en warme, droge zomers. Het klimaat in het zuiden is 's winters gematigd met soms hevige regenval, terwijl het er in de zomer heet en droog is.


Bevolking
Op 1 januari 2006 telde Italië 58,7 miljoen inwoners. Op een oppervlakte van 301.336 km2 betekent dit een bevolkingsdichtheid van 195 inwoners per km2. Het dichtstbevolkt is de regio Campania met een gemiddelde van 416 inwoners per km2. Andere dichtbevolkte regio's zijn Lombardia (382 inwoners per km2), Lazio (306) en Liguria (294). Het dunstbevolkt is Valle d'Aosta (38 inwoners per km2). Andere dunbevolkte regio's zijn Basilicata (73) en Sardegna (68).

Groei van de bevolking
In Italië is het sterftecijfer sinds een aantal jaren hoger dan het geboortecijfer. In 2005 werden 554.022 Italianen geboren; 567.304 personen zijn in hetzelfde jaar overleden. Het geboortecijfer is een van de laagste ter wereld. In 2005 kreeg een Italiaanse vrouw naar schatting gemiddeld 1,34 kinderen. Dit cijfer laat een stijgende trend zien; zo kwam dit 'kindercijfer' in 1995 uit op slechts 1,19. De stijging van het gemiddelde is te danken aan het noorden en midden van Italië, in het zuiden werd een daling van het gemiddelde kindertal waargenomen.
Als gevolg van het lage geboortecijfer tekent zich in sterke mate een vergrijzing af in het land. Op 1 januari 2005 was 19,5 procent van de bevolking 65 jaar of ouder. Prognoses voorzien dat dit aandeel in 2050 zal zijn gestegen tot 34 procent.Jongeren tot en met 18 jaar zullen in dat jaar slechts 15,4 procent uitmaken van de totale bevolking.
Hoewel de bevolkingsaanwas laag is in Italië loopt het aantal inwoners van het land niet terug; dit komt door de ruim 2 miljoen immigranten. Volgens een rapport van de Caritas/Migrantes bevinden zich vooral veel Marokkanen, Albanezen en Roemenen onder deze groep. Deze nationaliteiten maken alle drie voor rond 10 procent deel uit van de totale groep legaal verblijvenden met een andere nationaliteit. Van de totale groep immigranten heeft 62,9 procent zich gevestigd in het noorden. Midden-Italië is met 24,3 procent duidelijk minder populair dan het noorden. In Zuid-Italië heeft zich slechts 12,8 procent gevestigd.

Italië: economische ontwikkeling
Italië heeft in de periode 2001-2005 te kampen gehad met een tegenvallende economische groei, maar sinds 2006 ontwikkelt de economie zich weer voorspoedig. In 2005 bedroeg het Italiaanse bruto binnenlands product (bbp) 1.056 miljard euro (bij constante prijzen van 1995), een groei van slechts 0,1 procent in vergelijking met 2004. In 2006 is de economie echter weer substantieel gegroeid. Het bbp nam met 1,9 procent toe. Voor 2007 wordt een groei van 2 procent verwacht. Hiermee blijft de Italiaanse economie wel achter bij het verwachte gemiddelde in de eurozone van 2,7 procent groei van het bbp. Regionaal zijn er wel verschillen waarneembaar: zo toonde het midden en zuiden van Italië de afgelopen jaren een sterkere economische groei dan het noorden.
Het consumentenvertrouwen was in 2003 lager dan ooit, maar trok vanaf 2004 weer licht aan. Vanaf 2007 zal naar verwachting ook de consumptie van gezinshuishoudens weer duidelijk aantrekken met een groei van 2,2 procent.


Import/export
Na een daling van de Italiaanse export in 2002 en 2003 trok deze vanaf 2004 weer geleidelijk aan. In 2004 werd een groei gehaald van 3,2 procent in omvang en 4,2 procent in waarde. In 2005 daalde de omvang van de export met 2,5 procent, maar steeg de waarde met 6,6 procent. In 2006 trok de export weer flink aan, zowel in omvang als in waarde.

Inflatie
In 2003 behoorde het Italiaanse inflatiecijfer van 2,7 procent nog tot de hoogste van de eurozone. In 2004 daalde de inflatie naar 2,2 procent en in 2005 bedroeg hij 1,9 procent, gelijk aan het EU-gemiddelde. In 2006 steeg de inflatie licht naar 2,5 procent, vooral als gevolg van de hoge olieprijzen. Voor 2007 wordt een daling van de inflatie verwacht naar 1,9 procent.

Sectoren
De Italianen verdienen hun inkomen vooral in de dienstverlening (65 procent van het bbp). De industrie draagt 27 procent bij aan het bbp, de bouw 5 procent en de landbouw en visserij 3 procent.