Philipijnen

vlag
De Filipijnen (of Filippijnen) officieel de Republiek der Filipijnen, zijn een republiek in Zuidoost-Azie. De archipel bestaat uit 7107 eilanden, waarvan de grootste twee Luzon en Mindanao zijn. Deze beide eilanden beslaan samen zo'n twee derde van de oppervlakte van het land, dat met ongeveer 300 000 km2 ruim 7 maal zo groot is als Nederland en ruim 9 maal zo groot als Belgie. De Filipijnen hadden bij de laatste census in 2007 ruim 87,5 miljoen inwoners.
De Filipijnen waren ruim 300 jaar lang een Spaanse kolonie tot de archipel in 1898 aan het eind van de Spaans-Amerikaanse Oorlog in Amerikaanse handen kwam. Hoewel de Filipijnse revolutionaire beweging onder leiding van Emilio Aguinaldo al op 12 juni 1898 de onafhankelijkheid uitriep zou het nog tot 4 juli 1946 duren voor het daadwerkelijk zover was. De Filipijnen hebben door de langdurige kolonisatie door Spanje en de Verenigde Staten veel westerse kenmerken. Het is bijvoorbeeld het enige overwegend katholieke land in Zuidoost-Azie en is bovendien op de Verenigde Staten na het land, met het grootste aantal inwoners, met Engels als officiele taal.
De Filipijnen kennen een scherpe tegenstelling tussen arm en rijk. Er is sprake van een kleine, rijke elite en een groot arm deel van de bevolking dat veelal onder het bestaansminimum leeft. De elite heeft zowel op economisch als op politiek gebied de touwtjes in handen. In de jaren 70 werd het land op dictatoriale wijze geregeerd door president Ferdinand Marcos. Diens opvolger Corazon Aquino, de eerste vrouwelijke president van het land, bracht de democratie weer terug, maar economisch herstel bleef uit. Ook werden belangrijke problemen, zoals de corruptie, de ongelijke verdeling van rijkdom en het grondbezit tijdens haar regeerperiode en die van haar opvolgers niet aangepakt. De huidige president is Benigno Aquino III. Hij werd in 2010 gekozen als opvolger van Gloria Macapagal-Arroyo, die net als haar voorganger Joseph Estrada werd beschuldigd van corruptie.
Het land dankt zijn naam aan Ruy Lopez de Villalobos, die tijdens zijn mislukte expeditie in 1543 de eilandengroep naar de toenmalige kroonprins van Spanje Filips II noemde.

Geologie
Het landschap van de Filipijnen wordt gedomineerd door heuvels en bergen. Slechts ongeveer 35% van het oppervlakte is vlak. Het ontstaan van dit landschap heeft te maken met het ontstaan van de Filipijnse archipel als gevolg van het naar elkaar toe bewegen van de Filipijnse Plaat en de Euraziatische Plaat. Door deze subductie is een netwerk van diepe troggen in de oceaan ontstaan, waarvan de Filipijnentrog voor de oostkust van Luzon de diepste en bekendste is. Naast deze troggen hebben zich diverse eilandbogen gevormd die samen het grootste deel van de Filipijnen omvatten. Tegelijk met de gebergtevorming trad ook veel vulkanisme op. De Filipijnen maken deel uit van de zogenaamde Ring of Fire en kennen enkele tientallen actieve vulkanen, waaronder Mount Pinatubo, die in 1991 met verwoestende kracht uitbarstte; Mount Mayon, een vulkaan met een bijna perfecte kegelvorm, en Mount Taal. Een ander effect van de platentektoniek zijn de regelmatig voorkomende aardbevingen.

Klimaat
De Filipijnen hebben een tropisch klimaat, dat wordt gekarakteriseerd door een hoge gemiddelde temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en overvloedige regenval. Van maart tot en met mei is het in grote delen van de Filipijnen erg warm. Daarna valt van mei tot oktober in grote delen van het land veel regen als gevolg van de moesson. Van december tot en met februari is het op veel plekken juist droger en koeler. De warmste maand is mei en de koelste maand januari. De gemiddelde temperatuur op zeeniveau is 26,6 graden Celsius, maar in de bergen is de gemiddelde temperatuur lager. Zo is de gemiddelde temperatuur in Baguio City, dat op zo'n 1500 meter hoogte ligt, slechts 18,3 C. Deze stad is daarom een populair toevluchtsoord geworden voor de hete maanden. De gemiddelde hoeveelheid neerslag in de Filipijnen is in tegenstelling tot de temperatuur erg afhankelijk van de locatie en varieert van 1000 tot 5000 millimeter per jaar.

Plantengroei en dierenwereld
De flora en fauna van de Filipijnen worden gekenmerkt door een hoge biodiversiteit. Gunstige landschappelijke en klimatologische omstandigheden hebben geleid tot de aanwezigheid van veel verschillende planten- en diersoorten. De geisoleerde ligging van de eilandengroep heeft er bovendien voor gezorgd dat een relatief groot deel van de in de Filipijnen voorkomende dieren en planten zich sterk heeft gespecialiseerd. Veel van deze endemische planten- en diersoorten worden echter ernstig bedreigd. Een van de belangrijkste oorzaken hiervoor is de grootschalige ontbossing van de Filipijnen door (illegale) houtkap, mijnbouw en landbouw. Rond 1900 was nog zo'n 210.000 km2 (70%) van het land bedekt door oerwouden. In 2009 was dat gebied met een factor tien afgenomen tot 21.000 km2 (7%). Vanwege de hoge biodiversiteit en de grote afname van de natuurlijke leefomgeving van veel soorten werden de Filipijnen door Conservation International uitgeroepen tot een van de 25 biodiversiteit hotspots van de wereld.

Flora
De flora van de Filipijnen is nauw verwant aan de flora van andere landen van de Indische Archipel. Het totaal aantal boom- en plantensoorten in de Filipijnen meer dan 14500. Daarvan is naar schatting 30 tot 40% endemisch voor de Filipijnen. Onder de vaatplanten is het endemisme nog hoger. Van de ongeveer 9250 soorten is ongeveer 65% Filipijns endemisch. Veel van deze soorten zijn te vinden in de nog resterende stukken tropische regenwoud. In 2009 was 21.000 km2 (7%) van de Filipijnen bedekt door tropisch regenwoud. Die regenwouden tellen tussen de 2500 en 3000 boomsoorten. De laaglandregenwouden (tot een hoogte van zo'n 1000 meter boven zeeniveau) worden veelal gedomineerd door de tientallen boomsoorten uit de Dipterocarpaceae-familie. Diverse soorten uit deze familie worden gebruikt voor het produceren van Filipijns mahonie. Ook groeit daar Pterocarpus indicus, de Filipijnse nationale boom. In de hoger gelegen gebieden, zoals het Cordillera Central en de Sierra Madre in Noord-Luzon vindt men veel dennenbossen, eiken en rododendrons. Naast de duizenden boomsoorten tellen de Filipijnen ongeveer 8000 soorten bedektzadigen, waaronder ongeveer 1000 soorten orchideen. Van deze 1000 soorten komt ongeveer 70% alleen voor in de Filipijnen.

Fauna
Ook het aantal endemische diersoorten is hoog, dergelijke soorten komen buiten de Filipijnen nergens anders ter wereld voor. De lijst van zoogdieren in de Filipijnen bijvoorbeeld telt zeker 215 voornamelijk kleine zoogdiersoorten, waarvan 61% endemisch is. Bijna twee derde van de zoogdierensoorten zijn vleermuizen (80 soorten) of knaagdieren (81 soorten). De Filipijnse Muridae vormen de grootste familie binnen de klasse van de zoogdieren.
In tegenstelling tot de zoogdieren, waarvan nog met enige regelmatig nieuwe kleine soorten worden ontdekt, zijn de meeste in de Filipijnen voorkomende vogelsoorten al lang geleden beschreven. Ook deze groep kent een relatief hoge graad van endemisme. Ongeveer 30% van de bijna 600 in de Filipijnen waargenomen vogelsoorten, komt nergens anders ter wereld voor. De grootste groep zijn de ongeveer 100 endemische zangvogels. Ook komen er 16 unieke duivensoorten voor, waaronder de vijf soorten dolksteekduiven. Een veel opvallendere groep vogels zijn de Filipijnse neushoornvogels. Deze grote luidruchtige vogels worden zoals veel van de Filipijnse diersoorten bedreigd door de snelle achteruitgang van hun leefgebied. De nationale vogel van de Filipijnen is de Filipijnse apenarend. Deze arend is een van de grootste vogels ter wereld en leeft slechts nog in enkele grote stukken overgebleven oerwoud op Luzon en Mindanao.
In de Filipijnen leven verder ruim 380 soorten reptielen en amfibieen, waaronder diverse giftige soorten, zoals de gevaarlijke Filipijnse brilslang. Ook komen er diverse wurgslangen voor, zoals de netpython, een van de grootste slangensoorten ter wereld. In het zuidoosten van Luzon leeft diep teruggetrokken in de Filipijnse bossen, Grays varaan. Deze soort kan zo'n twee meter lang worden en is een van de grootste en zeldzaamste varanensoorten van de wereld. Van de 102 amfibiesoorten is 74% uniek. De grootste groep binnen de amfibieen zijn kikkers. De reptielen kennen een vergelijkbaar percentage endemische soorten.

Bevolkingsgroei
De Filipijnen kennen een zeer sterke bevolkingsgroei. Dit was in het verleden wel anders. Toen de Spaanse expeditie onder leiding van Ferdinand Magellaan in 1521 op de Filipijnen aankwam woonden er ongeveer 1 tot 1,5 miljoen mensen op de archipel. Aan het begin van de 20e eeuw was dit opgelopen tot ruim zeven miljoen. Bij de laatste officiele volkstelling van 1 augustus 2007 was kende het land ruim 87,5 miljoen inwoners. Daarmee staat het land op de twaalfde plek op de lijst van landen met meeste inwoners. Ongeveer twee derde van de totale bevolking woont op de twee grootste eilanden Luzon en Mindanao. De metropool Manilla op het grootste eiland Luzon is de op 10 na dichtstbevolkte metropool van de wereld. De bevolkingsgroei van de Filipijnen was in de jaren 80 en in de jaren 90 respectievelijk 2,35% en 2,34%. De geschatte bevolkingsgroei in 2007 was 1,8% per jaar met 24,5 geboorten per duizend mensen. De levensverwachting bij de geboorte in de Filipijnen was in 2009 naar schatting gemiddeld 71,09 jaar. Een vrouw wordt gemiddeld 74,15 jaar, terwijl een man een levensverwachting van 68,17 jaar heeft.

Bevolkingssamenstelling
Ongeveer 80% van de inwoners van de Filipijnen zijn van Maleise afkomst. Hun voorouders kwamen enkele duizenden jaren geleden middels enkele volksverhuizingen vanuit het vasteland van Zuidoost-Azie en het huidige Indonesie naar de Filipijnse archipel. In de loop der tijd zijn er zo'n 100 etnische groepen ontstaan, die zich van elkaar onderscheiden door hun taal en cultuur. De grootste daarvan zijn de Tagalogs (28,3%), de Cebuano's (9%), de Ilocano's (7,6%), de Bisaya (7,5%), de Ilonggo's (6%), de Bicolano's en de Waray-Waray.[7][8] Ook leven in het land nog diverse inheemse traditionele volkeren, zoals de Igorot (noordelijk Luzon), de Lumads (Mindanao), de Mangyan, de Bajau en de T'boli (zuidelijk Mindanao), en tenslotte de Negritos, zoals de Aeta en de Ati. Deze negrito-volkeren worden beschouwd afstammelingen van de vroegste bewoners van de archipel.

Gezondheidszorg
Het Philippine General Hospitaal, het grootste ziekenhuis van de Filipijnen
Gezondheidszorg valt onder de verantwoordelijkheid van het Filipijnse Ministerie van Volksgezondheid (Departement of Health). Ongeveer 60% van de ziekenhuizen in de Filipijnen zijn commerciele instellingen. De overheidsziekenhuizen vallen voor een groot deel onder de verantwoording van de lokale overheden. De provinciale overheid is verantwoordelijk voor de provinciale- en districtsziekenhuizen en de gemeente- en stadsbesturen voor de kleinere artsenposten, de zogenaamde Rural Health Units (RHU's) en de barangay health units. Enkele tientallen grotere en diverse gespecialiseerde ziekenhuizen, zoals het Philippine Heart Center vallen rechtstreeks onder het ministerie. In ziekenhuizen van de overheid is de zorg gratis. De patienten dienen echter wel de medicijnen te betalen. Ongeveer 80 procent van de Filipino's is voor ziektekosten verzekerd bij de Philippine Health Insurance Corporation (of kortweg PhilHealth). De dekking door PhilHealth is echter beperkt, waardoor de ziektekosten relatief zwaar drukken op het budget van het arme deel van de bevolking.
Het budget dat de Filipijnse overheid heeft vastgesteld voor gezondheidszorg is relatief klein. Het grootste deel van de Filipijnse gezondheidszorg wordt verzorgd door commerciele prive instellingen. In 2006 bedroegen de totale uitgaven voor gezondheidszorg 3,8% van het Filipijns Bruto binnenlands product. De overheid nam daarvan 32,9% voor haar rekening. Prive instellingen namen het grootste deel van het resterende bedrag voor hun rekening. De overheidsuitgaven voor gezondheidszorg bedroegen 6,1% van de totale overheidsuitgaven. Per hoofd van de bevolking kwam dit neer op $52. Vier jaar later is dat deels door de grote bevolkingsgroei nog verder afgenomen. Voor 2010 is het budget voor gezondheidsuitgaven ongeveer 28 miljard ($597 miljoen) oftwel 310 ($7) per hoofd van de bevolking.
In 2001 waren er ongeveer 1.700 ziekenhuizen. Veertig procent daarvan waren overheidsziekenhuizen en de resterende zestig procent commerciele ziekenhuizen. Diverse van deze commerciele ziekenhuizen zijn van zeer hoog niveau, zoals bijvoorbeeld Makati Medical Center en St. Luke's Medical Center. Deze ziekenhuizen zijn echter voor het grootste deel van de bevolking niet betaalbaar. Er zijn naar schatting 90.370 dokters, ofwel 1 dokter op elke 833 mensen. Dit verhoudt zich positief met buurlanden als Thailand (1 op 2500) en Indonesie (1 op 10.000), maar is minder dan bijvoorbeeld Nederland (1 op 270) of de Verenigde Staten (1 op 385). Het is bovendien lastig om deze aantallen op acceptabel niveau te houden, omdat veel medisch geschoold personeel na verloop van tijd vertrekt naar het buitenland om daar te gaan werken. Zo werkt 70% van de verpleegsters buiten de Filipijnen. Het land is daarmee 's werelds grootste exporteur van verpleegkundig personeel. Daarbij komt dat de verdeling van ziekenhuizen en medisch personeel over het land erg onevenwichtig is. De meeste ziekenhuizen en medisch personeel zijn te vinden in de buurt van Manilla en andere stedelijke agglomeraties zoals Cebu. Op het Filipijnse platteland is de gezondheidszorg veelal ontreikend en van slechte kwaliteit.
De gezondheidszorg in de Filipijnen en de gezondheid van de gemiddelde Filipino is de laatste tientallen jaren vooruit gegaan. Dit heeft zich onder andere geuit in een grote stijging van de gemiddelde levensverwachting. In 1947 was de levensverwachting van een pasgeboren Filipijnse baby 47,8 jaar. In 2009 was dit gestegen naar 71,1 jaar. Vergeleken met enkele naburige landen blijft de ontwikkeling van de gezondheidszorg echter achter. Er liggen onder andere uitdagingen op het gebied van gezondheidzorg voor (aankomende) moeders en reproductieve gezondheidszorg. Ook is een groot deel van de bevolking ondervoed. Van de kinderen onder 5 jaar oud heeft 20,7% ondergewicht. Dit percentage is veel hoger van dat van buurlanden als China (6,8%) en Singapore (3,3%), vergelijkbaar met dat van Vietnam (20,2%) en lager dan van Cambodja (28,4%) en Laos (36,4%). Van elke 1000 kinderen sterven in de Filipijnen 28 voor het bereiken van de leeftijd van vijf jaar, hetgeen iets hoger is dan het regionaal gemiddelde van 22 per 1000. De moedersterfte tijdens een bevalling is met 230 op elke 100 000 geboortes veel hoger dan het regionaal gemiddelde dat 82 op elke 100 000 geboortes bedraagt. De belangrijkste doodsoorzaken in de Filipijnen zijn infecties van de luchtwegen, hart-en vaat ziekten en tuberculose. Malaria behoort niet meer tot 's lands grootste doodsoorzaken, maar vormt nog wel steeds een risico in landelijke gebieden.

Festivals en feestdagen
De Filipijnen kennen vele jaarlijkse festivals en feestdagen. Elk dorp heeft wel een eigen festival. Tijdens dergelijke festivals worden veelal religieuze of historische gebeurtenissen herdacht. Ook zijn er oogstfeesten en festivals ter ere van de lokale beschermheilige. Enkele grote en bekende Filipijnse festivals, die alle drie in januari worden gevierd, zijn het Ati-Atihan festival in Kalibo, Sinulog in Cebu City en Dinagyang in Iloilo City. Ook erg bekend is het Feest van de zwarte Nazarener, waarbij elk jaar op 9 januari honderdduizenden gelovigen een zwart beeld in een massale processie door de straten van Manilla naar Quiapo Church dragen. In mei wordt in dorpen en steden door het hele land Flores de Mayo gevierd. Met dit festival, ter ere van de Heilige Maagd Maria viert men het einde van het droge seizoen.
De traditionale christelijke feesten en feestdagen zijn in de Filipijnen erg belangrijk. Met Pasen ligt het openbare leven in de Filipijnen een week stil wanneer iedereen in het land vrij is voor de heilige week. Voorafgaand aan de heilige week wordt op Goede vrijdag op diverse plaatsen de kruisiging van Jezus herdacht. Ruggen worden tot bloedens toe geslagen met scherpe bamboetakken en elk jaar laten sommige mannen zich in de stad San Fernando daadwerkelijk kruisigen. Op Allerheiligen herdenken veel Filipinos op de begraafplaatsen hun overleden dierbaren. De stemming op die dag is echter opgewekt. Men organiseert picknicks en doet spelletjes met elkaar. Ook kerst wordt uitvoerig gevierd. Eind september verschijnen de eerste kerstversieringen al in de winkels en wanneer kerst nadert hangt overal een kerstsfeer. In de aanloop naar kerst bezoeken de katholieken veelvuldig de mis en met zeker de mis op kerstavond is erg druk. De kerstdagen zelf is voor familiebezoek. Tussen kerst en oud en nieuw is bijna iedereen vrij.
Enkele specifieke landelijke Filipijnse feestdagen zijn de Day of Valour (Araw ng Kagitingan), Independence Day (Araw ng Kasarinlan) en Rizal Day. Op de Day of Valour, die gevierd wordt op de dichtbijzijnde maandag bij 9 april wordt de Dodenmars van Bataan aan het begin van de Tweede Wereldoorlog herdacht. De viering van de onafhankelijkheid werd door president Diosdado Macapagal verplaatst van 4 juli, de dag dat de Filipijnen daadwerkelijk onafhankelijk werden van de Verenigde Staten, naar 12 juni, de dag dat de leider van de revolutionaire beweging Emilio Aguinaldo in 1898 de onafhankelijkheid uitriep. Op Rizal Day herdenkt men op de dichtbijzijnde maandag bij 30 december de dood van de nationale Filipijnse held, Jose Rizal